|
Ossola, in de Italiaanse provincie
Piemonte, grenst in het noordwesten aan de Zwitserse kanton Wallis en in
het oosten aan de kanton Tessin. Vijftig kilometer in vogelvlucht
geeft een beeld met gletsjers in het hooggebergte, enorme beboste
hellingen en badgasten rond de palmen aan het Lago di Mergozzo.
De stad Domodossola met 25.000 inwoners ligt op 300 m.
hoogte. Ten noorden hiervan liggen de
valleien van Divedro en Antigorio/Formazza. Tussen deze beide valleien
ligt het gebied van de naturale parken Alpe Veglia en Alpe Devero. Omdat
de parken voor een groot deel boven de boomgrens liggen zijn hier
schitterende vergezichten. Zeker als naar de 3000 meter hoge Cistella
wordt gelopen. Deze berg heeft in de regio de bijnaam 'Panettone' gekregen: Deze
hoedvormige feestcake is eenvoudig te beklimmen vanuit het dorp San
Domenico in het zijdal Caraisca van de Vallei Divedro.
Verderop in de Vallei van Formazza is de
waterval van de Toce. Deze is spectaculair, maar niet altijd open.
Vooral in de maand juli wordt de waterkracht op meerdere dagen per week
gebruikt voor energiewinning. Boven de waterval zijn meerdere
stuwmeren met hetzelfde doel. Overal wordt beschreven - ook in het
Engels - hoeveel energie er wordt gewonnen. Tijdens de wandelingen naar
de berghutten in dit gebied heeft men voortdurend zicht op de meren en
de gletsjers in de omgeving. De meeste wandelingen zijn hier boven de
1800 m. hoogte.
Ten westen van Domodossola wordt de grens met
Zwitserland gevormd door massieve vierduizenders. De Valleien van
Bognanco en Antrona lopen naar de Weissmies en in de Vallei van Anzasca
tot aan de Monte Rosa. Het dorp Bognanco - 7 km. van Domodossola - is
bekend vanwege het heilzame water. In dit kuuroord staan de mensen vroeg
op om lever, maag en nieren te reinigen. Daarna het ontbijt en wordt er
gedanst in 'il Rubino'. Iets hogerop, vanaf het plaatsje San Lorenzo is
het prachtig wandelen naar onder meer Alpe San Bernardo. De Vallei van
Antrona is de minst bekende Ossola Vallei en wordt vooral bezocht door
de regionale bevolking voor een barbecue of picknick. In het meer van
Cheggio op 1400 m. hoogte wordt in de zomer gebaden.
Macugnaga is uniek vanwege de hoogste en
breedste bergwand van de Alpen. Vaak wordt het gebied vergeleken met de
Himalaya.
De weg naar boven toe begint 10 km. ten zuiden van Domodossola in
Piedimulera, wat letterlijk begin van het ezelspad betekent. Langs
prachtige dorpjes gaat de weg naar boven en ziet men in de verte steeds
de 4635 m. hoge Monte Rosa. Het dorp Macugnaga bestaat uit drie kernen:
Borca, Staffa en Pecetto. Vanuit Borca is het een kwartier wandelen naar
het meer: Lago delle Fate. (foto boven) Hier zijn twee leuke
restaurantjes met daarachter de ongerepte vallei naar de
Turlo pas.
Vanuit Pecetto is het eenvoudig om door
de eeuwige sneeuw te lopen. Met de stoeltjeslift naar boven en dan, op
weg naar de berghut Zamboni, loopt men na vijf minuten al over de
Belvedere gletsjer. Vlak bij deze berghut is enorme bergweide waar men
zich in het zonnetje kan laven. Maar zo gauw van de bergweide wordt
afgestapt staat men weer met beide voeten op de grond, op de
sneeuw.

Natuur: De bergen, flora en fauna van
Ossola zijn goed beschermd door de Naturale Parken: Alpe Veglia en Alpe
Devero. Wildernis is intact gebleven in het eerste Nationale Park van de
Italiaanse Alpen: De Vallei Grande.
Info Ossolaland: E-mail of Tel.: 0118-410571
|
|

Prachtige natuur
Gletsjers |
|
Sport: Wandelen en
alpinisme staan volop in de belangstelling van de Ossolani. Ook wordt er
volop gebruik gemaakt van mountainbike en toerfiets. Daarnaast zijn er
in vele dorpen tennisbanen en sportvelden. De zomer is de tijd voor
toernooien in bijvoorbeeld boccia - jeu de boules - en voetbal.
Cultuur: Zoals de
Nederlandse deltawerken zijn ook alle werken uit recente tijden om
energie te winnen uit het vallende water ingenieus bedacht en
interessant om te bezoeken.
Sinds mensen hun opwachting in de bergen
maakten is er natuurlijk een voortdurend contact met de helling. Waar
komt de weg en hoe worden de stenen op elkaar gestapeld, opdat de weg en
het huis daarnaast niet verzakken? Daar groeit de druif, de pruimenboom,
kastanje en framboos. Steeds op andere hoogten, onder andere
omstandigheden.
De eerste mensen bewoners kwamen hier
niet uit het dal, maar uit de bergen: Rond het jaar 1000 na Chr. kwamen
deze 'Alta' uit het noorden. Een volk dat zich niet liet overhalen om
beneden te gaan kijken wat daar de laatste mode was. In de Valleien van
Anzasca en Formazza is men erg trots op deze afkomst en worden met grote
regelmaat feesten gevierd met de Zwitserse buurgemeenten om neer te
blijven kijken op het dal.
Interessant om te bezoeken zijn het Walliser museum en
de goudmijn van Macugnaga. |